Dit artikel zal in december – naar eventuele ontwikkelingen aangepast – worden gepubliceerd in
De Vrijdenker – maandblad van vereniging de Vrije Gedachte
De Dageraad schimmert nog immer
MAASSLUIS – ‘Bekeert U, want het koninkrijk Gods is nabij’ schreef dr. Kuyper in 1872. De veelschrijver had toen al een aardig begin gemaakt aan zijn boekenlijst, zoals blijkt uit de ingevoegde fondslijst met 10 titels, waaronder ‘De leer der onsterfelijkheid en de staatsschool’ en ‘Het modernisme een fata morgana op Christelijk gebied’.
Minister president Jan Peter Balkenende onthuld op 5 november in Kuypers geboortestad Maassluis een standbeeld van één zijner ‘grote’ voorgangers, waarvan er trouwens ook een aantal met hem in het comité van aanbeveling zaten. Van Agt en Lubbers schoven aan naast Marijnissen, Rouwvoet en Jan Peter.
Een voorstel van de lokale ChristenUnie en D’66 voor het standbeeld werd enkele jaren geleden met enige tegenzin in tweede instantie door de gemeenteraad aangenomen. Rood en blauw hadden er niet echt behoefte aan, maar stemden uiteindelijk toe met de vorm van een particulier initiatief om de kleine broederpartijen ter wille te zijn. Alle andere partijen hadden al een standbeeld voor het een of ander in de stad gekregen, bovendien hadden ze nu ook eens iets om de tanden ergens in te zetten waar ze geen kwaad mee konden berokkenen.
Verder vrijwel geen woord van protest, slechts een enkele lokale querelant ageert.
De in te richten expositie in het plaatselijke gemeentelijke museumpje mag geen ruimte voor onvertogen woorden inruimen, zal hooguit een heel enkel kritisch - Libellen ? - boekje zwijgend openleggen.
Toch waren er ook in zijn eigen tijd al vroeg mensen die het heel anders zagen dan dr. Kuyper. De Oostenrijkse ‘professor der Theologie in Wien’ dr. Eduard Bohl schreef in 1888 ‘Zur abwehr. Etliche bemerkungen gegen proffesor dr. Kuyper’s einluting zu seiner schrift: Die Incarnation des wortes.
In 1915 woede een polemiek in kranten, politiek en kansels naar aanleiding van de open brief ‘Gij Calvinisten’ van ds Koffyberg, een ‘open brief aan de Anti-Revolutionaire Partij over de oorlogsbeschouwingen in de Standaard’. Kuypers ‘Driestarren’ antwoord in de Standaard bewogen Koffyberg tot een tweede brochure, ‘Opruiing ?’.
Mr. Th. Heemskerk deed, ook in 1915, in zijn brochure ‘Een woord over de genummerde Driestarren van Dr. Kuyper’ ook een boekje open over de persoon Kuyper, waarbij hij geen blad voor de mond nam, onder meer over de wijze waarop Kuyper in 1905 de landelijke politiek liet voor wat het was om een reis naar ‘de oude wereldzee’ te maken. Maar ook over aanname van de begroting van Oorlog in de ‘nacht van Staal’ in 1906 met de daaropvolgende ‘Staal-crisis’ in 1907. Tijdens ‘De Grote oorlog’ had men in de Nederlandse politiek klaarblijkelijk tijd genoeg om met zichzelf en het eigen gelijk bezig te blijven, getuige de Driestarrenschrijverij van Kuyper. Heemskerk haalt echter zijn gram alsnog naar Kuyper. ‘Het is eigenlijk te dwaas, dat een man die zoo grote werken heeft verricht een strijdvraag van interne partij-politiek opwerpt op zoo onjuiste gegevens.’
Kuypers zus schreef in 1921 haar Herinneringen uit de kinder- en jongelingsjaren van Dr Abraham Kuyper. ‘De kleine Abraham was een zeer eigenaardig kind, in zijn tafelstoel zat hij rustig rond te kijken met een treurig gezichtje, ’t hoofd schuin houdende, niet spelende zoals andere kinderen.’ Mevrouw J.J. Rammelman Elsevier – Kuyper bedoelde het goed naar haar broer, maar bijvoorbeeld een anecdote over de opvoedkundige methode van Abraham naar zijn eigen zoontje; ‘Om hem nu vrees voor dien vijver aan te jagen, deed mijn broeder een flink touw om zijn middeltje en dompelde hem driemaal onder water’ is pedagogisch op zijn minst twijfelachtig verantwoord te noemen. Ook de vakantieanecdote over een ontmoeting met toen nog een rijksgenote uit Luxemburg ‘Wat ben ik blij dat te horen, maar geef mij nu maar gauw een paar mooie handschoenen en vooral niet te duur hoor’ spreekt boekdelen, net als het verhaaltje over het jatten van vaders sigaren om ruwe zeelui het woord Gods te kunnen brengen. Er komt een karakter naar voren waar de anti gedachten van de Maassluise querealant wel eens veel dichter bij de waarheid kunnen liggen dan de veelprijzerij waarvan R.C. Verweijck verslag doet in ‘In jezus ontslapen’, over de royaal uitgesproken lof op Kuypers begrafenis. ‘De dag waarop H.M. de koningin en H.M. de koningin moeder voor gingen in etc. etc’.
De Oranjes hingen deze dag overigens met plezier de vlag uit, al was het dan halfstok.
Ook in de caricatuur deed Kuyper het goed. Een Libellen boekje bundelde al in 1909 de tekeningen uit velerlei verschillende kranten. Alle beroemde tekenaars zoals Braakensiek, Albert Hahn, Jordaan, Louis Raemaekers etc. uit die tijd, toonden een ander mens dan Kuyper zelf graag zag. Hij bleef er dan ook maar al te graag blind voor, getuige juist de brief die hij zelf als voorwoord schreef.
Waar het mij echter echt om gaat is het naschrift aan dr. A. Kuyper dat werd opgenomen in de brochure ‘Tegenstrijdige teksten in de bijbel’ welke in 1904 werd uitgegeven door De Dageraad. De laatste passage is precies waar het ook nu nog fout gaat. Zeg het volk wat jij wil dat ze horen moeten en verzwijg een andere mening. “Uit Vondels ‘Gijsbrecht van Aemstel’, aan Multatulis ‘Minnebrieven’ of aan Spinoza’s werken wordt niet gecatechiseerd.” Oftewel; ‘Wie niet weet, die niet leert’.
‘Bouwen en Bewaren’, het orgaan van de Bond van meisjesverenigingen op gereformerde grondslag, prees in 1931 met pagina grote advertenties over de ‘Kuyper – Bavinck week’ wel de biografie over Abraham aan, daarmee zíjn gedachten nog levendig voor de geest houdend voor een Nederlands bevolkingsdeel dat daar alleen maar gevoelig voor was. .
Daarom is zelfs het ongenuanceerde anti geluid van een enkele querelant wellicht toch de moeite waard om te laten horen.
P. de Jong
Genoemde titels komen uit de prive collectie van de schrijver.
Van Marcel Thomassen overgenomen vrije meningsuiting – Maassluis – juni – 2008
Ds. Dr. A. Kuyper
In gestaald navolging van Lenins Rusland en Mao’s China, wil ook Maassluis nu een standbeeld voor een grote roerganger.
Er komt een ‘Abraham Kuyper’ standbeeld.
Dominee Kyper was in bepaald opzicht het 19e eeuwse equivalent van een huidig moslimfundamentalist a la Taliban en Ayathollas.
Dokter Kuyper was een fanatiek vrouwenhater, fervent papenvreter en gedegen socialistenkweller. Hij, A. Kuyper, was ook stakingbreker en vervolger van anders gelovigen en sexueel geaarden.
Als politicus was Kuyper mede verantwoordelijk voor de genocide op de inboorlingen in ons koloniaal Indië, en binnen zijn priveleven was deze anti liberaal een obsessief mensenzieker.
Abraham Kuyper bleek hierinboven aantoonbaar corrupt en later zo frauduleus dat hij gedwongen werd de 2e kamer te verlaten. Kortom, Abraham Kuyper was geboefte pur sang!
Kuyper hoort alleen per standrechterlijk beeld thuis in de historische analen van Maassluis.
Marcel Thomassen
P.S. P.de J.
De recente ontwikkelingen hebben, dankzij de agitatie van de querelant, niet stil gestaan en lokaal zijn er nu plotseling allerlei bedenkingen bij partijen die zeggen de op handen zijnde onthulling niet te zullen gaan bijwonen, omdat ze het niet belangrijk of interessant vinden.
Wat anderen van hem en zijn ideëen vinden zou Kuyper toen net zo koud laten als nu, zolang hij maar in het zonnetje staat te stralen als de verkondiger van zijn eigen vaste waarden..